“Ik werk uitsluitend met meiden met wie het niet goed dreigt te gaan of al slecht gaat. In mijn werk zie ik dat alles verhardt. Meisjes van nu zijn veel heftiger dan een paar jaar geleden. Het taalgebruik is veel grover, de criminaliteit is ernstiger en de kloof tussen vooral Marokkaans-Amsterdamse meiden en hun ouders wordt steeds groter. Thuis moeten de meiden traditioneel zijn, maar zij groeien op in het vrijgevochten Amsterdam. Dat zorgt vaak voor problemen.

Totdat iemand 18 wordt is er volop hulp vanuit de jeugdzorg. Maar daarna zie je het misgaan. Er is echt een harde knip: als je 18 wordt is er geen begeleiding meer. En juist in die kostbare jaren moet het goed gaan. Je ziet vaak iemand op haar 20e weer terugkomen, maar dan zijn de problemen inmiddels levensgroot. Schulden tussen de € 10 en € 40.000 zijn geen uitzondering. Het puberbrein zorgt ervoor dat je pas op je 21e of 22e aan de lange termijn gaat denken, maar dan is het vaak al te laat.

Sommige meiden hebben geen plek om te slapen, letterlijk niet. Hun netwerk van plekken op de bank is uitgeput en het systeem kan niet iedereen helpen. Wanneer je een uitkering wilt, dan moet je precies aangeven waar je wanneer slaapt. En dat kunnen nu net deze meiden niet altijd. Maar het wordt wel gecontroleerd door WPI en er volgen ook echte sancties.

Vroeger kon ik voor de meeste meiden nog wel wat regelen via de achterdeur. Ik heb een goed netwerk en vecht voor iedereen. Maar dit gaat nu veel minder. Alles moet via de voordeur en via regels en procedures. Er zijn veel wachtlijsten, waar niet aan te ontkomen valt. Ook wordt het gezin waar een jongere uit voortkomt vanaf haar 18e niet meer meegenomen in de plannen, dat schiet dus niet op.

De verharding in de samenleving en de verharding bij de meiden zelf zorgt voor een enorme clash tussen de werkelijkheid van het beleid en de werkelijkheid van de jongeren. Meiden worden door de overheid niet echt geholpen om eigen verantwoordelijkheid te nemen, maar moeten zich houden aan regels en procedures. En dat werkt niet altijd.”

Nina Hanson, toenmalig meidenwerker in Nieuw-West