Conrad (72) is ondernemer. Hij vecht continu tegen depressie. Het leven in armoede vergelijkt hij met leven in een woestijn met af en toe een oase. Regelmatig sporten en af en toe leuke dingen doen, houdt hem op de been.

Geschreven door David ter Avest en Anja Knoope

Al zo’n 20 jaar woont Conrad in een etagewoning in het Nieuwe Westen in Rotterdam. Een fijne gemengde wijk met aan de ‘gouden randen’ de Mathenesserlaan en de Heemraadsingel, waar welgestelde Rotterdammers wonen. Zijn hele leven speelt zich af in deze buurt. Hij kent veel mensen, maakt een praatje en maakt een grapje met jongens die hij kent van de sportschool. Ook is hij een graag geziene gast bij de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse winkels in de buurt.

Conrad komt uit het gereformeerd gezin in Dordrecht. Na het gymnasium, gaat hij geneeskunde studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na een jaar besluit hij over te stappen naar sociologie. Vanwege zijn afkeer van auto’s, sympatiseert hij met de Provo’s. Vervolgens wordt hij actief in de studentenbeweging en sluit zich aan bij een buurtactiegroep ‘Jordaan blijf staan’. In 1971 studeert Conrad af en krijgt hij  zijn eerste baan aan de universiteit van Leiden.

Als hij in 1978 zijn ex-vrouw leert kennen, verhuizen zij, nadat zij getrouwd zijn en een dochter hebben gekregen, naar Duitsland, waar Conrad als promovendus aan de slag gaat. Samen krijgen zij nog twee zonen. Vijf jaar later verongelukt hun dochtertje op driejarige leeftijd voor de deur van hun huis.

Lees hier het profiel van het Nieuwe Westen

Na het overlijden van hun dochtertje gaat het gezin terug naar Leiden. Door een ongelukkig toeval slaat Conrad zij ex een blauw oog. Zij vertrekt eind 1985 met de kinderen, eerst naar Hamburg en twee jaar later naar Zuid-Afrika, waar zij is opgegroeid. Een keer per jaar vliegt Conrad naar Zuid-Afrika om zijn kinderen te zien. Zijn ex is inmiddels succesvol als vrijwilliger in de omgeving van Nelson Mandela. Zij blijft echter financieel van Conrad afhankelijk. Vanaf 1996 beschuldigt zij Conrad openlijk van mishandeling en zet ze de kinderen tegen hem op. De kinderen raken van hem vervreemd.

Ondertussen is Conrads werksituatie veranderd. Bij de universiteit Leiden heeft hij twee reorganisaties na elkaar meegemaakt waarbij zijn afdeling uiteindelijk wordt overgeheveld naar Rotterdam. Bij opnieuw een reorganisatie gaat hij op de universiteitscampus als zelfstandig ondernemer aan de slag met een eigen onderzoeksbureau. Dit adviesbureau loopt in het begin zeer goed met zes tot tien mensen in dienst. Maar als Conrad overspannen wordt door de ingewikkelde situatie van zijn kinderen, komen de problemen.

Financiële malaise

Conrad raakt in de schulden. Hij kan deze schuldenlast niet aflossen doordat hij salaris inleverde om zijn onderzoeksbureau overeind te houden. Uiteindelijk wordt hij in 2008 tijdens een revalidatieperiode na een ongeluk uit zijn eigen bedrijf gezet. Hij heeft dan zo’n 50.000 euro aan schulden. Een jaar later heeft Conrad geen inkomen en leent nog 20.000 euro extra van familie en vrienden om van te leven en weer een nieuw bedrijf op te starten. Een uitkering is geen optie omdat hij het bedrijf dan weg moet doen – het ondernemerschap wilde hij niet loslaten. In die tijd is er ook nog geen sprake van tegenprestatie bij een uitkering in Rotterdam. De afgelopen zeven jaar krijgt Conrad AOW, een klein pensioen en weer inkomsten uit klussen van zijn eigen bureau. Hij heeft de helft van zijn schulden tot 2013 kunnen afbetalen.

Tegelijkertijd met de schulden komt Conrad op aandringen van een sociaal werker als voogd in beeld. Zijn twee zonen komen uiteindelijk naar Nederland en wonen weer bij hun vader, terwijl zij de middelbare school afmaken. Inmiddels hebben ze alle twee een hbo-diploma gehaald. Ze wonen nu in Berlijn en Rotterdam.

Rechtszaak

In 2013 begon zijn ex een rechtszaak over de pensioenverdeling. Om deurwaarders van zich af te houden én in het geval dat zijn ex deze rechtszaak wint, heeft Conrad zijn bedrijf gestaakt. Nu, in 2017, terwijl de rechtszaak zich voortsleept, wil hij een schikking voorstellen – vooral om weer wat gemoedsrust te krijgen en controle over zijn financiën. Zijn huidige inkomsten zijn rond de 24 duizend euro per jaar waarvan bijna de helft gaat naar het aflossen van schulden.

Vrienden helpen hem soms financieel maar hij let er sterk op dat de verhoudingen gelijkwaardig blijven. Hij waardeert het als hij hulp krijgt om te overleven maar hij helpt anderen ook. Hij is hulpvaardig en helpt graag met klussen zoals het opknappen van een woning. Conrad gaat vaak naar de sportschool vlakbij het Centraal Station. Daar voelt hij zich helemaal thuis tussen het etnisch zeer gemengde publiek. De sportschool fungeert voor hem als sociëteit. Naar het voormalige buurthuis, het ‘Huis van de Wijk’, of andere welzijnsinstanties gaat hij niet. Af en toe bezoekt hij een activiteit in ontmoetingsplek ‘het Nozepandje’.

Als gevolg van zijn huidige financiële situatie leeft hij momenteel in armoede. Hij besteedt veel aandacht aan sport en gezond eten en blijft zich intellectueel uitdagen door veel te lezen en te schrijven, waaronder een boek over zijn leven. Dat hij zich steeds staande kon houden komt volgens hem vooral ook doordat hij zich schriftelijk goed kan verweren. Hij kreeg, zoals hij het zelf noemt, vaak te maken met instanties en personen die hem onterecht geld wilden afdwingen maar geen slaagden er in zijn verweer te doorbreken. Hij vecht eigenlijk continu tegen depressie en leven in armoede vergelijkt hij met leven in een woestijn met af en toe een oase. Regelmatig sporten en af en toe leuke dingen doen houdt hem op de been. Zijn doel is zich professioneel en moreel staande houden en niet failliet gaan. “Niemand mag op me neerkijken”.