Henk (61) en Jacqueline (70) zitten in het bestuur van de stichting ILSY in Ypenburg. “Laatst vroeg de gemeente of wij een rondleiding wilden geven aan statushouders. Daar heb ik geen zin in, ik wil alleen maar doen wat ik leuk vind.”

Geschreven door Jenny Velthuys

“Ypenburg is een rustige, groene vinexwijk,”vertelt Henk. Samen met Jacqueline zit hij buiten voor de deur van het scoutinggebouw. Eind jaren negentig werd hier een wijk uit de grond gestampt voor 30.000 inwoners. “In korte tijd kwamen er heel veel mensen bij elkaar. Ze kwamen van overal. De Schilderswijk, Houtwijk, Delft, Zoetermeer… Iedereen wilde een huis met een tuin.” Jacqueline vult aan: “Maar dat die mensen prettig met elkaar samenwonen is niet vanzelfsprekend. Als je rustig met vrienden een wijntje in de tuin zit te drinken, wil je niet vanuit de tuin naast je keihard André Hazes horen brullen.” Jacqueline is van beroep opbouwwerker geweest. Zij is betrokken geweest bij de ontwikkeling van Ypenburg als woonwijk.

“Uit allerlei onderzoeken blijkt dat de bewoners hier heel tevreden wonen. Maar in het begin was er geen verenigingsleven. Geen sociale samenhang. Het stereotype van de vinexwijk klopt. Na het werk komen mensen thuis en gaan de gordijnen dicht en de televisie aan. Als men hobby’s uitoefent, vallen ze terug op clubjes buiten Ypenburg. Ga maar na: vroeger woonde hier niemand, dus sociaal was er niks. De overheden gingen ervan dat men dat wel zelf zou regelen,” vertelt Henk.

 Vinexwijk

In 1999 ontstond de eerste wijkvereniging op Ypenburg. Jacqueline: “Er waren toen allemaal praktische problemen. De straatverlichting viel ineens uit, dat soort dingen. Ook de discussie rondom de annexatie van Ypenburg door Den Haag speelde toen. Veel bewoners waren daar op tegen.” Sinds 2002 woont Jacqeline hier zelf. Ze besloot zich niet meer professioneel met Ypenburg te bemoeien, maar later wel als bewoner. Uit onvrede met het gebrek aan hulp en sturing vanuit gemeente hebben actieve bewoners destijds nog eens de gemeenteraadsvergadering bestormd om aandacht voor hun problemen te vragen.

Vanuit die contacten is uiteindelijk stichting ILSY ontstaan. Het bestuur van stichting ILSY zet zich in voor activiteiten met, voor en door bewoners op Ypenburg. Initiatieven van bewoners of bewonersgroepen worden gefaciliteerd vanuit de stichting. De thuisbasis is de Curtiss Corner in het Piet Vink Centrum. Jacqueline is er secretaris, Henk penningmeester.

Netwerk

Henk is van huis uit econoom maar besloot zich, nadat hij zijn baan verloor door een reorganisatie, op zijn interesses te focussen. Een van die interesses lag op Ypenburg, hoewel hij zelf in Rijswijk woont. Sinds 1974 zit hij namelijk bij de luchtscoutinggroep in Ypenburg. Toen bekend werd dat het voormalige vliegveld Ypenburg een woonwijk zou worden, kregen de scoutingclub, de model- en zweefvliegclubs te horen dat ze weg moesten. De club van Henk ging daartegen in protest. Henk: “Zo ben ik het bestuurlijke wereldje ingerold.” De club moest telkens opnieuw bewijzen dat ze bestaansrecht had. Henk: “Langzamerhand bouw je zo een netwerk op.”

Uiteindelijk mochten ze blijven. Zo hebben Henk en Jacqueline ieder vanuit hun eigen achtergrond kennis kunnen maken met de manier waarop een vinexwijk als Ypenburg zich ontwikkelt. En ook weten ze hoe belangrijk het is dat iemand zich met die ontwikkeling bemoeit. Anders gaat het mis, denken ze beiden. Henk: “Zonder sociale cohesie is degene die het hardst schreeuwt de baas. Nieuwe bewoners zijn weggepest door straatgenoten die vonden dat anderen zich aan hun leven moesten aanpassen. De filosofie van Ypenburg was: ‘dat mengt vanzelf wel’. Maar een samenleving ontwikkelt zich langzaam, niet in één keer. Daar moet je heel veel energie in steken. Als je dat niet doet, krijg je dit soort excessen. Dat één rotte appel de sfeer bepaalt.”  Jacqueline: “Vroeger keken woningcorporaties of je wel in aanmerking kwam voor een bepaalde woning. Ze zorgden zo voor een evenwichtige verdeling van bewoners. Die sturing van bovenaf ontbreekt nu.”

Initiatief

Henk: “Je hebt kartrekkers nodig. Als wij stoppen dondert de hele boel in elkaar.” Jacqueline: “Zonder mijn werkervaring als opbouwwerker had ik dit echt niet gekund. Het probleem is dat de overheid de verantwoordelijkheid wil afstoten, maar de controle wil behouden. Dus aan de ene kant krijg je een zak geld mee en moet je het allemaal zelf uitzoeken, en aan de andere kant zijn er allemaal regeltjes. De overheid is wantrouwend en dat werkt verstikkend. Je moet kiezen. Of vrijwilligers, óf professionals.” Jacqueline noemt mensen die twintig of dertig jaar vrijwilligerswerk deden. Eén voor één gooien de handdoek in de ring.  Te veel regels. Te moeilijk geworden. Het plezier is er af.

Inmiddels runt ILSY twee keer per week een seniorensoos voor zo’n veertig man, een historische club waar op dit moment ongeveer tien mannen wekelijks historische vliegtuigjes in elkaar knutselen, er is computerles, een kaartclub en daarnaast zijn er losse activiteiten. Voor Jacqueline en Henk is het een grote tijdsinvestering. Jacqueline denkt dat het haar bij elkaar zo’n tien uur in de week kost. Henk schat in dat hij wekelijks zo’n twintig uur aan het werk besteedt. De historische vereniging heeft laatst elfduizend euro aan subsidies van fondsen en gemeenten binnengesleept. Henk: “We hebben daar hartstikke leuke dingen van gedaan. We hebben bijvoorbeeld een soort triviant van Ypenburg gemaakt. Het spel ‘Op Ypenburg’ is uitgedeeld aan de basisscholen op Ypenburg, ter ondersteuning van de geschiedenislessen.”

Doelgroep

Niet iedereen die op Ypenburg woont, doet veel met ILSY. Eigenlijk bedienen ze vooral de geïnteresseerde ouderen uit de ‘middenklasse’. Uit Bosweide, de villawijk van Ypenburg, komen bijvoorbeeld nauwelijks deelnemers, die werken allemaal en hebben waarschijnlijk hun eigen clubs. Dat geldt eigenlijk voor de meerderheid van de bewoners. Bewoners met een niet-Nederlandse achtergrond komen ook nauwelijks bij ILSY. Henk vraagt zich hardop af of dat erg is. Volgens hem hebben al die groepen hun eigen netwerken. In ieder geval beschouwt hij het niet als zijn plicht om er voor iedereen te zijn. “Laatst vroeg de gemeente of wij een rondleiding door Ypenburg wilden geven aan statushouders. Maar ik lees in de krant dat ze hun eigen rommel niet opruimen. Dus ik heb d’r geen zin in. Misschien doe ik het later in het jaar. Ik wil alleen maar doen wat ik leuk vind.”

Sommige ouderen op Ypenburg worden door hun huisarts of maatschappelijk werk naar ILSY gestuurd. Jacqueline: “Dan koopt de zoon een nieuwe tablet en mag zijn moeder de oude hebben. Hoe ze ermee moet omgaan wordt even snel uitgelegd. Vervolgens lukt het natuurlijk niet en komt zo’n vrouw naar ons.” Henk: “We hebben laatst een dame aan haar DigiD geholpen. Ze deed alles altijd met de post. Terwijl je zonder DigiD nu niets meer kunt beginnen.”

Jacqueline: “Wie is verantwoordelijk voor de zwakkeren in de samenleving? In mijn ogen hoort dat toch de overheid te zijn. We hebben nu vier mensen in de seniorenclub die ziek zijn. Eentje heeft Parkinson, de ander ligt in het ziekenhuis. Een dame van 85 is gevallen. Ze heeft een zus, maar die is nog minder mobiel dan zij is. Verder heeft ze nauwelijks een netwerk, behalve haar muziekclub. Vroeger had ze een hartstikke goeie baan hoor. Maar met haar gebroken heup is ze helemaal overgeleverd aan de hulp van anderen. Ze lag in een verpleeghuis in Rijswijk en het is schandalig hoe ze daar aan haar lot werd overgelaten. Zonder ons is er niemand die voor haar opkomt. Vanuit de seniorensoos zorgen wij regelmatig dat er bezoekjes aan elkaar worden afgelegd, wat gezien de beperkte mobiliteit niet gemakkelijk is.”

Het leidt er in de praktijk toe dat de ouderen elkaar moeten opvangen. Jacqueline: “Iemand uit onze soos is behoorlijk aan het dementeren. Ze heeft een zoon die ver weg woont, hij komt zo’n twee keer per jaar langs. Ze is volkomen afhankelijk van de bewoners in haar complex. Maar door haar dementie raakt ze ook achterdochtig. Ze heeft nog één buurvrouw die ze vertrouwt. Die komt dagelijks bij haar langs.” Maar die buurvrouw vertelde Jacqueline laatst dat dat het nogal zwaar begint te worden. Voor die doelgroep speelt stichting ILSY een belangrijke rol.

Vereenzamen

Jacqueline noemt het doodzonde dat er is bezuinigd op de verzorgingstehuizen. “Die hadden zo’n buurtfunctie voor ouderen. De jongere ouderen deden klusjes voor de mensen die het zelf niet meer konden. In zo’n tehuis zat van alles, een winkeltje, kapper, café, fysiotherapie, maaltijdprojecten… Vorig jaar is er weer een verzorgingstehuis gesloten in de Haagse wijk Escamp. Alle mensen die in de aanpalende aanleunwoningen wonen, zijn hun voorzieningen en hun netwerk kwijt. Nu zitten de mensen thuis met twee uur huishoudelijke hulp. Ze vereenzamen. Voor dagbesteding heb je een indicatie nodig. Ik herinner me nog van vroeger dat ouderen in een verzorgingstehuis nooit op hun kamer zaten. Ze waren altijd wel bij iemand op de thee of in de ontmoetingsruimte.  Nu zijn er bijna alleen nog verpleeghuizen. Voor de zwaardere gevallen.” En op Ypenburg is geen verpleeghuis.