De sfeer is bedrukt in huize Rienstra: mevrouw Rienstra (80) is gisteren helaas onverwacht opgenomen in het ziekenhuis. Toch maakt meneer Rienstra (79) ruimte om te vertellen over hun ervaringen met mantelzorg in Ypenburg.

Meneer en mevrouw Rienstra hebben 32 jaar een buurtsupermarkt in Den Haag gerund. Hard werken, veel uren maken, maar ook lachen op z’n tijd. Achttien jaar geleden zijn ze naar de nieuwe wijk Ypenburg verhuisd. Het ging toen al niet altijd goed met mevrouw Rienstra. Omdat gelijkvloers wonen belangrijk ging worden, is het echtpaar als eerste bewoners naar een woning op de begane grond en eenhoog verhuisd. De woning is toen al helemaal aangepast aan de verminderde mobiliteit van mevrouw Rienstra met een aangepaste badkamer en een slaapkamer beneden.

Dwarslaesie

Twintig jaar geleden heeft mevrouw Rienstra een dwarslaesie gekregen, door een goedaardig gezwel in haar rug. Door een operatie is zij indertijd half verlamd geraakt. Sindsdien neemt meneer Rienstra als mantelzorger veel taken op zich. In 2001 ontstond een totale verlamming vanaf iets boven de taille. Maar mevrouw Rienstra doet wat ze kan, zoals af en toe koken. Dat is ook haar karakter; zoveel mogelijk zelf doen.

Het echtpaar wordt ondersteund door Buurtzorg. Zij komen iedere ochtend, stipt om 8 uur, mevrouw Rienstra wassen en helpen bij het aankleden. Uitslapen is er niet bij. Gelukkig zijn dit vaste mensen, dat is wel zo vertrouwd. Ook kunnen zij altijd gebeld worden wanneer er wat aan de hand is.

 

Zomaar van huis gaan is niet gemakkelijk. “Mijn vrouw moet dan in een rolstoel. We hebben zelf een bus gekocht en om laten bouwen, zodat zij gemakkelijk daarin vervoerd kan worden. We hadden een gehandicaptenparkeerplaats voor de deur. Totdat de gemeente besloot om die weg te halen. We hebben toen ook bezwaar gemaakt. Ik moest voor een hoorcommissie van zeven personen verschijnen en heb de situatie uitgelegd. De parkeerplaats is weer teruggekomen. Want met de tram kom je hier ook niet weg. De trams zijn met een handbewogen rolstoel zijn wel toegankelijk maar met de elektrische rolstoel lang niet overal. Halte Laan van Hoornwijck lukt bijvoorbeeld niet. Dus durven we daarmee niet te gaan, terwijl dat zo belangrijk is. Ik heb niet meer de kracht om haar lang te duwen. En buschauffeurs vinden het vaak te lang duren om iemand in een rolstoel uit te laten stappen,” vertelt meneer Rienstra.

Keukentafelgesprek

Via de gemeente komt ook een hulp in de huishouding langs. De hulp zelf is fijn, maar het contact met de gemeente moeizaam. Meneer Rienstra: “Vroeger kregen we drie uur per week. Toen kwam de gemeente met keukentafelgesprekken. Een ambtenaar kwam langs om te kijken waar we recht op hadden. Met een hele aardig mevrouw hebben we een goed gesprek gevoerd. Volgens haar hadden we recht op wel zes uur per week. Maar de gemeente stuurde even later een brief dat het twee uur per week was geworden. Ik snap niet hoe de gemeente dat na zo’n gesprek kan bepalen. We hebben bezwaar gemaakt en uiteindelijk krijgen we 2,5 uur per week. Niet alles kan daarin gebeuren, de hulp kan nog geen kopje koffie drinken. Ik vind de gemeente ook afstandelijk. Als je een brief stuurt aan een wethouder krijg je geen antwoord en bellen met iemand om de situatie uit te leggen kan ook niet.”

Het netwerk van meneer en mevrouw Rienstra in de buurt is klein, daar hebben ze niet veel aan. Broers en zussen zijn ook op leeftijd en wonen ver weg. Hun kinderen hebben zelf ook een gezin en drukke banen. Ze kennen wat mensen via de kerk, die springen soms in met een maaltijd of klusjes. Sowieso is de kerk belangrijk voor het echtpaar. Toen ze in Ypenburg kwamen wonen heeft meneer Rienstra de kerk mede opgezet en zo veel sociale contacten opgebouwd. “Doe je dat niet, dan is het moeilijk om in een nieuwbouwwijk mensen te leren kennen. Iedere week organiseer ik jeu de boules voor een aantal mensen uit de kerk; dat is belangrijk voor mij, dan ben ik even eruit. Het was ooit normaal om met 60, 65 jaar naar een rusthuis te gaan. Je moet dan al je geld inleveren en werd meteen als een patiënt behandeld. Dat was natuurlijk niet goed. Wij willen nooit naar zo’n huis toe, maar zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. En zelf doen we daar alles aan.”

Rienstra: “Ik snap best dat de overheid wil dat we meer voor onszelf zorgen. Vroeger werd ook te makkelijk met alles omgesprongen, hoefde je niks meer zelf te doen. Maar wij laten zien dat we alles doen wat we kunnen. Dan moet de overheid ook niet moeilijk doen over de ondersteuning die we nodig hebben.”