Tahir (41), woont sinds een half jaar in het Nieuwe Westen in Rotterdam. Hij huurt een mooie, strakke bovenwoning in één van de vele smalle stadsstraten. Na een half jaar in de opvang heeft hij eindelijk weer een eigen dak boven zijn hoofd..

Geschreven door David ter Avest en Anja Knoope

Na heel wat trappen naar de vijfde etage, komen we aan in een enigszins leeg maar zeer netjes onderhouden huis. “Ik heb niet veel spullen nodig,” verduidelijkt Tahir. Het begon allemaal in 1996, toen hij trouwde met een Turkse vrouw uit Turkije. Ze kwam met hem in Rotterdam wonen en samen kregen zij drie kinderen. In 2009, na jarenlang geruzie volgde een scheiding. Tahir was na zijn werk vaak met ‘vrienden’ in het café of ergens buiten te vinden. Hij kwam pas laat thuis nadat het verdiende geld er doorheen was gejast, vaak aan drank of aan gokken. Nadat hij het huis uit is gegooid, heeft hij korte tijd in de nachtopvang gezeten. In mei 2010, is Tahir weer op zichzelf gaan wonen. Hij had een baan in de tuinbouw. Toch ging het bergafwaarts.

Neerwaartse spiraal

Zijn kinderen zag hij steeds minder en zijn volle broer kwam vrij plots te overlijden. Deze twee gebeurtenissen leidde tot een depressie. Door opstapelende betalingsachterstanden van onder meer de zorgverzekering, de belasting en de huur moet hij uiteindelijk zijn huis uit. Hij bleek veel meer schulden te hebben dan hij zelf dacht. In deze periode heeft hij een korte tijd in de schuldsanering gezeten, maar deze is door onduidelijke redenen vroegtijdig afgebroken. De schulden stapelen zich opnieuw op en in de zomer van 2016 komt Tahir uiteindelijk, wederom, op straat te staan. Hij is ditmaal aangewezen op de dagopvang en komt tijdelijk in De Stelle te wonen, een maatschappelijke opvangvoorziening van het Centrum Voor Dienstverlening (CVD) in Hoogvliet. “Dit is een zwarte bladzijde in mijn leven”, vertelt Tahir. Hij schaamt zich voor zijn situatie en zijn kinderen schamen zich eveneens voor hun vader. Zijn ouders laten hem links liggen, hij ziet zijn kinderen niet meer en zijn zogenaamde ‘vrienden’ komen niet langs. Alleen zijn zus belt hem zo nu en dan. Deze opvangperiode vindt hij verschrikkelijk met veel overlast van drukke mensen met veel problemen. “Je hebt nooit rust.” Hij heeft uiteindelijk ruim een half jaar in de maatschappelijke opvang gezeten.

Nieuwe start

Tijdens het half jaar in de maatschappelijke opvang zet het Centrum Voor Dienstverlening hulpverleningstrajecten in gang. In september is een WMO-arrangement voor één jaar afgegeven, via OBIN is er bewindvoering gekomen voor het beheer van zijn financiën en in november heeft hij urgentie gekregen voor een woning.  Dit betekent veel voor Tahir. Vanuit zijn WMO-arrangement ziet hij momenteel een ambulant begeleider van het Centrum Voor Dienstverlening die om de week langs komt. Hij heeft een goede verstandshouding met haar en vindt het geen probleem dat ze zo nu en dan langs komt. Ze regelt veel voor hem. Hij gaat ook naar de dagbesteding. Op dinsdag, woensdag en donderdag is er ’s ochtends computerles en maandagochtend is er in de buurt bowlen. Soms doet Tahir vrijwilligerswerk door een tuin op te knappen of schilderwerk te verrichten bij iemand thuis. “Ik ben daar wel handig in.” Het lukt Tahir net om rond te komen, de bewindvoering helpt hierbij. Wat hij geleerd heeft is dat je zelf je problemen moet aanpakken en zelf moet zorgen dat een probleem wordt opgelost. “Ik kijk eerst naar mezelf, dan pas naar iemand anders”, legt Tahir uit. “Je bent verantwoordelijk voor jezelf.” Via inlogcodes die hij heeft kan hij op internet alle inkomsten en uitgaven checken die zijn bewindvoerder voor hem regelt. Het is lastig om werk te vinden, laat staan een vast contract. Hij heeft goede hoop dat binnen kort het schuldsaneringstraject begint. Dan zou hij na drie jaar helemaal schuldenvrij en ziet hij voldoende kansen en perspectief op een nieuwe start te maken. “Het is goed zo.” Niet meer de stress van schulden of de huwelijksproblemen. Kanttekening is het feit dat zijn WMO-arrangement afloopt in september en het niet duidelijk is of deze wordt verlengd.

Inmiddels heeft Tahir weer goed contact met zijn zus en haar kinderen en ze wonen bovendien op loopafstand van elkaar. Zijn twee dochtertjes komen één keer per week langs en zijn zoon vrijwel iedere dag. Vooral op zijn zoon is hij erg trots. Hij is altijd druk, met school, stage en met voetballen en voetbaltraining geven. Tahir is niet bang dat hijzelf weer in dezelfde val loopt als vroeger en neemt nadrukkelijk afstand van mogelijke ‘foute’ vrienden. “Ik laat me niet opjagen”. In het weekend is hij vaak in cultureel centrum Al Quds te vinden, aan het einde van de straat. Voetbal kijken, wat drinken. Koffie kost één euro, thee vijftig cent – “Dus waarom zou je ergens gaan waar het duurder is? ”, vraagt hij hardop af. Hij spreekt daar veel ouderen en hij zegt veel te leren van hen. Verstandigere dingen dan hij vroeger van zijn ‘vrienden’ leerde. Hij leert van hen vooral dat je je goed moet gedragen, anders sluit je zelf de deuren. Zijn zoon heeft laatst een parkietje voor hem gekocht, tegen de eenzaamheid.