Wil Princen woont al 21 jaar in Ravenstein en heeft het stadje zien veranderen. "Ik vind het belangrijk dat we weer leren voor elkaar te zorgen. Dat kun je niet allemaal bij de overheid laten. Het gaat om een grote betrokkenheid bij elkaar. Vooral als het lastig wordt heb je elkaar nodig."

“Mijn vrouw is in Ravenstein geboren, zij is een echte. Ik woon hier slechts 21 jaar, maar ben erg gehecht aan deze plek geraakt. We wonen in het huis van de oma van mijn vrouw. Van oudsher is Ravenstein een stadje, dat voel je ook echt. Maar het is eigenlijk een klein dorp, die combinatie maakt het mooi wonen.

Toen ik hier kwam wonen ben ik actief geworden bij de volleybalclub en heb ik zomerkampen georganiseerd op de school van de kinderen. Zo leer je snel mensen kennen. Ik ben al lang zelfstandig ondernemer en ben ook lid van de ondernemersvereniging. Sinds zeven jaar zit ik in het bestuur. We hebben zestig leden en zijn een plek van ontmoeting tussen ondernemers. Dat is belangrijk, want Ravenstein is een levendig stadje met nog veel echte middenstand. Maar dat gaat niet vanzelf, daarvoor moet je samenwerken en elkaar wat gunnen. De slager en de bakker zitten tegenover elkaar in de hoofdstraat en verkopen samen worstenbroodjes, dat werk.

Ravenstein ligt prachtig ingeklemd tussen de dijk van de Maas en de weilanden. Het is een kern binnen de gemeente Oss en de stad Oss is verreweg het grootste binnen de gemeente. Oss heeft twee grote ondernemingsverenigingen die machtig zijn en die hun stempel op de gemeente kunnen drukken. Als ondernemer uit Ravenstein of één van de andere kernen kom je daar niet zomaar tussen. Maar je wilt wel invloed hebben om juist ook de kernen bij de gemeente op de kaart te zetten. Daarom hebben we een koepel opgericht van ondernemers uit de kernen en zijn zo ook een officiële gesprekspartner van de gemeente Oss.

Dorpsraad
Ook ben ik lid van de Dorpsraad van Ravenstein, tegenwoordig zelfs de voorzitter. We geven ongevraagd en gevraagd advies aan de gemeente over alles wat met Ravenstein te maken heeft. We worden niet gekozen, dus kunnen ook niet namens de inwoners spreken, maar je ziet wel dat mensen ons weten te vinden. Bewoners komen vaak naar ons toe als er wat aan de hand is. Wanneer nodig dan verwijzen we door naar de gemeente.

Maar we spelen ook een bemiddelende rol tussen bewoners. Een aantal bewoners wilde een speeltuin aanleggen op de grond van een kerk. De kerk vond dat een goed idee, maar de omwonenden waren bang voor overlast. Wij hebben toen bemiddeld tussen de verschillende groepen. Wij zijn dan een ‘binnen-buitenstaander’: men kent ons goed, maar we zijn zelf geen partij. Dat werkt veel beter dan wanneer de gemeente zich ermee had bemoeid.

Een groot thema binnen de Dorpsraad is de toekomst van alle voorzieningen die de gemeente in Ravenstein betaalt. We hebben van oudsher veel: verschillende voetbalvelden, een buurthuis, sporthal, jongerensoos, een oud raadhuis. En alles zit eigenlijk ruim in zijn jasje. We denken nu samen met de gemeente na hoe we dat efficiënter kunnen doen, om het zo ook betaalbaar te houden. Welke voorzieningen kunnen met elkaar gecombineerd worden en wat hebben we echt nodig? Daarvoor overleggen we als Dorpsraad natuurlijk wel met de besturen van bijvoorbeeld de sportverenigingen, we gaan dat niet zelf bepalen.

Krimp
Ravenstein krimpt als stad. We zitten helemaal ingeklemd tussen de Maas, het spoor en de snelweg. En Ravenstein is een oude vestingstad. Overal waar je een schop in de grond steekt kom je een archeologische vondst tegen. Dat betekent dat we nauwelijks kunnen bouwen. Er is wel grond, bijvoorbeeld een weiland achter het spoor. Maar daar mag van de provincie dan weer niet gebouwd worden, want dat is een uitbreiding van de bebouwing. Je moet aan inbreiding doen, bijvoorbeeld een voetbalveld bebouwen. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet de voetbalclub fuseren met een club van buiten Ravenstein. En dat gaat niet zomaar. Wat dat betreft hebben we hier de mentaliteit van mensen uit een grote stad, die het allemaal heel goed weten.

Je ziet die mentaliteit bijvoorbeeld ook terug bij de Dodenherdenking. In het dorp Herpen organiseren ze dat met elkaar en zorgt het café voor de koffie na de herdenking. Gratis en voor niets. In Ravenstein komt er een subsidieverzoek voor € 150 voor de koffie binnen bij de Dorpsraad.

We hebben ook wel veel import in Ravenstein, veel forenzen wonen hier. Dat komt omdat we goed gelegen zijn tussen Nijmegen en Oss. Dat maakt het stadser en individualistischer. Hierdoor zijn de mensen ook kritischer, ze hebben vaak een hogere opleiding en kennen de wet beter. In de 21 jaar dat ik hier woon heb ik Ravenstein zien veranderen. Vroeger hadden we drie slagers, nu nog maar eentje. Vroeger was de bibliotheek altijd open, nu nog maar af-en-toe. Maar daar zijn we zelf ook schuldig aan. We doen liever boodschappen bij een grote supermarkt in Oss dan bij onze eigen middenstand.

Verandering
De samenleving verandert ook. Er is 25 jaar ‘Ravenstein bij Kaarslicht’ georganiseerd. Dat trok duizenden bezoekers uit de hele regio en zette Ravenstein echt op de kaart. Vroeger was het redelijk simpel om zoiets te organiseren, maar tegenwoordig zijn er veel regels waar je aan moet voldoen. Er moet een parkeerplan zijn, een veiligheidsplan, een vergunning. Niet alles mag meer met vrijwilligers. De overheid maakt het steeds ingewikkelder. Wat ook niet hielp is dat de grote man achter Kaarslicht ermee stopte. Je ziet dat natuurlijk vaker, dan verdwijnt iets weer.

We hadden ook het Vlakglasmuseum. Dat heeft 10 jaar bestaan en was uniek in Europa. Er kwamen mensen met bussen naartoe. Met alleen een kleine subsidie van de gemeente, want Oss heeft zelf al een museum. Ons museum heeft altijd met verlies gedraaid en is door ondernemers op de been gehouden. Nu moest het naar een ander pand verhuizen en stopte de oprichter ermee. En dan houdt het op. Heel jammer, ook voor Ravenstein als geheel.

Maar er zijn ook nieuwe successen. We hebben SunGrooves, ons eigen strandfestival met muziek, eten en drinken. Een groepje jongeren uit de soos is daarmee begonnen. Het is in een paar jaar heel succesvol geworden en trekt meer dan 2.000 mensen uit de hele regio. Ook veel Ravensteiners die elders in het land wonen komen dan terug, als reünie.

Van oudsher zijn mensen in een klein stadje meer bij elkaar betrokken. Maar ook dat zie je veranderen. Gezinnen zijn tegenwoordig veel kleiner dan vroeger. Nu zijn er niet meer tien kinderen die voor papa en mama zorgen, maar nog maar twee of drie. En die hebben het allemaal druk met werk en wonen ook niet altijd meer in de buurt. Ik vind het belangrijk dat we weer leren voor elkaar te zorgen. Dat kun je niet allemaal bij de overheid laten. Het gaat om een grote betrokkenheid van iedereen bij elkaar. Vooral als het lastig wordt heb je elkaar nodig. Voor elkaar zorgen is de basis van een gemeenschap; in Twente noemen ze dat ‘noaberschap’. Dat gaat in een klein stadje beter dan in een grote stad. Je kent elkaar en weet vaak wel of iemand wat nodig heeft. Wat dat betreft is een zorgcoöperatie zoals we die in Ravenstein hebben hard nodig. Juist omdat mensen vaak te druk zijn en de overheid niet alles kan of moet doen. Een zorgcoöperatie is dan de verbindende schakel in de samenleving.”